Advies Bekalking MAGKAL® en VITAKAL® , kalkmeststoffen bevatten geen stikstof en fosfaat, u hoeft niets op te geven voor minas.   Tijdstip van bekalken? (Bron De Boerderij) Voorjaarsbekalking Een voorjaarsbekalking is een nood- maatregel die uitgevoerd moet worden als in het najaar geen bekalking mogelijk  is geweest. Bij een voorjaars-bekalking moet gekozen worden voor een snelwerkende meststof.  Op zand komen  Vitakal, Magkal,  Betacal Flow en Dolokal in aanmerking.  Op kleigrond komt oa. Vitakal, Betacal Flow in  aanmerking. Najaarsbekalking De voorkeur gaat altijd uit naar een najaarsbekalking. De kalkmeststof heeft dan namelijk ruim voldoende de tijd om een optimale werking te realiseren. We moeten er rekening mee houden dat kalkmeststoffen 3 maanden nodig hebben om volledig tot werking te komen. Na een werkingsduur van 3 maanden bestaat er nauwelijks een verschil in werking op de pH tussen de verschillende meststoffen. Zandgronden Uit proeven van het Instituut van Bodemvruchtbaarheid blijkt de werking van zacht carbonaat (bijv Vitakal), zacht dolomiet (bijv Magkal), hard dolomiet (Dolokal) en Betacal bij najaarstoepassing vergelijkbaar te zijn. Al deze meststoffen komen in aanmerking. De keuze die uit deze meststoffen gemaakt gaat worden hangt af van de magnesiumbehoefte. Kleigronden Voor zeeklei wordt als regel een pH van 6,5 geadviseerd. Voor rivierkleigronden wordt een pH van 6,0 of hoger geadviseerd. Bij dergelijke pH-waarden gaat calciumcarbonaat moeilijk in oplossing zodat ook de fijngemalen koolzure kalksoorten hier moeilijk in oplossing gaan en dus traag werken. Mogelijkheden tot uitrijden Het gebruik van bepaalde kalkmeststoffen is vaak streekgebonden. Loonwerkers hebben vaak apparatuur die slechts geschikt is voor bepaalde meststoffen. Magkal en Vitakal worden vaak uitgereden met breedstrooiers om een goede verdeling te krijgen, Dolokal met speciale kalkstrooiers en Betacal Flow met sproeibomen. Maximaal toe te dienen hoeveelheid kalk In het algemeen worden geen grotere giften dan 8000 kg zbw geadviseerd. Tracht dit altijd voor een gewas te doen dat het meest profiteert van kalk en pH (suikerbiet, graan) en juist niet vlak voor een aardappelgewas (i.v.m. schurft en de groei) of erwt. Inwerken Naast een egale verdeling is ook goed doorwerken van de kalk door de bouwvoor van groot belang om de werking van de kalkmeststof te versnellen. Werk de kalk ca. 15 cm in. pH waarde verdient aandacht    Bron: BLGG Oosterbeek Een goede samenstelling van de bodem is van belang voor een goede groei. De ontwikkeling van een plant en daarmee de opbrengst ervan is onder meer afhankelijk van de zuurgraad (pH) van de bodem. Bij een te lage of te hoge pH is de zuurgraad niet optimaal voor de activiteit van de wortels en komen voedingsstoffen slechter in oplossing in het bodemvocht. De benutting voor de plant neemt daardoor af. pH’s in Nederland dalen ! Het is noodzaak om eerst de zuurgraad (pH) op peil te hebben om voordeel te hebben van de aanwezigheid van een juiste samenstelling voedingsstoffen in de bodem. De laatste jaren is de kalktoestand van de Nederlandse graslanden achteruit gegaan. Uit gegevens van Blgg Oosterbeek blijkt dat in 1999/2000 nog 10% van de percelen moest worden bekalkt. In 2001/2002 is dat opgelopen naar 16%. De kalktoestand op percelen waar meerdere jaren maïs is geteeld op zandgrond is ook gedaald. In de periode 1999/2000 en 2001/2002 is het percentage percelen waarvoor Blgg Oosterbeek een kalkadvies heeft gegeven vanwege een te lage pH, toegenomen van 57% naar 63%. Het percentage percelen met een kalkadvies is hiermee al jaren erg hoog, namelijk rond de 60%. Gevolgen van een te lage pH zijn onder andere een lagere benutting van voedingsstoffen, fosfaatfixatie, kans op magnesiumgebrek op lichte gronden, remming van het bodemleven en op kleigrond een slechtere structuur. Deze gevolgen resulteren in een lagere opbrengst en een ongunstige minerale samenstelling van het gewas. Schenk daarom ook aandacht aan de zuurgraad (pH) op de uitslag van uw bemestingsonderzoek. Want kalk is een belangrijke schakel in het behalen van een optimaal resultaat op uw gras- en maïslanden. Landbouw en kalk Kalk is vooral een stof die het milieu in de bodem reguleert. Bij een goede pH (zuurgraad) verlopen allerlei chemische en bacteriologische processen veel beter, worden voedingsstoffen beter benut, groeien de gewassen beter en geven een hogere opbrengst. Kalk is nodig als plantenvoedsel. Alle planten hebben kalk nodig. Sommige veel, bijvoorbeeld suikerbieten, een kalkminnend gewas. Andere weinig, bijvoorbeeld aardappelen, een kalkmijdend gewas. Kalk bevordert de omzetting van organisch materiaal zoals drijfmest, graszoden, wortel- en stoppelresten, plantenvoedsel komt hierdoor eerder vrij. Kalk bindt schadelijke zuren in de grond. Het bodemleven ontwikkelt zich beter bij een voldoende hoeveelheid kalk in de grond. Meer of minder kalk in de grond heeft invloed op het optreden van plantenziekten. Op grond met weinig kalk komt bijvoorbeeld veel sneller magnesiumtekort voor. Een goede kalktoestand en pH bevordert sterk het rendement van de aan de grond toegevoegde kunstmest en organische mest. Door opname van planten, door uitspoeling, door zure meststoffen en zure regen verdwijnt er kalk uit de grond. Als er van nature geen voorraad is waaruit wordt aangevuld zoals bijvoorbeeld kleigrond met schelpen, moet dit verlies regelmatig door bekalken worden aangevuld. Sommige gewassen vragen een betrekkelijk hoge pH, andere een lagere. Elk gewas heeft een eigen optimale pH waarbij het gewas de hoogste opbrengst geeft. Wanneer de pH van de grond niet optimaal is zullen gewassen geen maximum opbrengst geven. Kwaliteitsnormen Alle meststoffen die in Nederland worden verhandeld moeten beantwoorden aan het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet en Uitvoeringsregeling Meststoffen. Daardoor is het voor iedereen duidelijk wat hij koopt of verkoopt. Die eisen gaan over procenten neutraliserende (voorheen zuurbindende) waarde en fijnheid. Als in het laboratorium het percentage neutraliserende waarde is bepaald wil dit nog niet zeggen dat desbetreffende kalk geschikt is voor de landbouw. De kalk moet zo fijn zijn dat onder inwerking van bodemzuur de kalk snel genoeg wordt omgezet en de pH snel omhoog gaat. Snel werken betekent bij kalk drie of vier maanden! Door eigen kwaliteitscontrole kan VITASOL B.V. instaan voor de kwaliteit van MAGKAL® en VITAKAL®. De samenstelling en fijnheid wordt gegarandeerd. Landbouw en magnesium Magnesium is naast stikstof, fosfor en kali de vierde basismeststof. Veel te vaak wordt dit belangrijke element onterecht gezien als sporenelement. Jaarlijks is echter op grasland minstens 100 kg MgO per hectare nodig en 75 kg op bouwland. Een tekort aan magnesium veroorzaakt bij melkvee allerlei problemen en in ernstige gevallen zelfs de gevreesde kopziekte. In akkerbouw heeft magnesiumgebrek een lagere opbrengst tot gevolg, soms gebreksziekte en als het om een ernstig tekort gaat zelfs een misoogst. Magnesium komt voor in het bladgroen van planten. Ook in zaden, vooral de oliehoudende, zit veel magnesium. Een gebrek aan magnesium bij planten uit zich door geelverkleuring van de bladeren. Bovendien drogen de bladeren sneller uit omdat de waslaag op het blad ontbreekt. Magnesiumgebrek veroorzaakt een opbrengstderving, ook als er nog geen gebreksverschijnselen te zien zijn. Melkvee heeft elke dag een bepaalde hoeveelheid magnesium nodig. In de winter, wanneer veel krachtvoer wordt gebruikt waarin veel magnesium zit, geeft dit geen problemen. In de zomer, als het vee de dagelijkse magnesiumbehoefte vooral uit gras moet halen, dient deze magnesium speciale aandacht te krijgen. Een groot tekort aan magnesium veroorzaakt bij melkvee kopziekte. Lage gehalten aan magnesium in ruwvoer werken negatief op de melkgift en vruchtbaarheid. Het magnesiumgehalte in de grond is zeer verschillend en loopt op zand- en dalgrond uiteen van minder dan 20 tot meer dan 300. Dat wil zeggen van 20 mg per kg grond tot 300 mg per kg grond. Klei- en veengrond bevatten meer magnesium. Dit kan oplopen tot 1000 mg per kg grond. Voor bouwland op zand- en dalgrond zou het MgO gehalte (magnesium) van de grond minimaal 75 moeten zijn. Grasland vraagt een MgO gehalte van 200 vooral voor de gezondheid van het vee. Het magnesiumgehalte in zand- en dalgrond daalt snel als men niet met magnesiumhoudende meststoffen werkt. Er verdwijnt magnesium doordat planten magnesium verbruiken en door uitspoeling. Het zal duidelijk zijn dat een zeer regelmatige bemesting met magnesium nodig is om het MgO gehalte op peil te houden. Deze bemesting noemen we onderhoudsbemesting. Als het MgO gehalte te laag is dient een grote gift te worden gegeven en wel zoveel dat daarna het MgO gehalte optimaal is. Deze bemesting noemen we reparatiebemesting. Bouwland op zand- en dalgrond krijgt een reparatiebemesting als het MgO gehalte beneden 75 ligt. Na deze reparatiebemesting is het MgO gehalte dan 75. Grasland heeft voor een goede opbrengst niet veel magnesium nodig. Omdat het vee in de zomer de nodige magnesium voor een belangrijk deel uit gras moet halen dient het gras een voldoende hoog MgO gehalte te hebben. Grasland op zand- en dalgrond moet een MgO halte hebben van 200 (streefgehalte). Bij een lager gehalte moet worden gerepareerd tot dat gehalte van 200 mg per kg grond. Bij een MgO gehalte van 200 en hoger wordt op deze grondsoort elk jaar 100 kg MgO aan onderhoudsbemesting gegeven. Om de hoeveelheid kalk te bepalen die nodig is om de pH op het juiste peil te brengen hebben we een grondanalyse nodig. Klei- en veengrond bevatten veel magnesium. Toch is het MgO gehalte in het gras daar niet veel hoger dan op zandgrond. Ook op klei- en veengrond wordt het MgO gehalte in het gras door een magnesiumbemesting verhoogd, al is hier meer magnesium voor nodig dan op zand- en dalgrond. De adviesbasis voor bemesting van landbouwgronden geeft geen advies voor magnesiumbemesting van grasland op klei en veen. Toch blijkt uit uitgebreide meerjarige proeven dat magnesiumbemesting ook op klei en veen zinnig is. Vooral als de magnesium heel goedkoop is zoals magnesium uit MAGKAL®. Hieronder geven wij een samenvatting en conclusies uit het rapport van die proeven. Er is in die proeven gewerkt met kieseriet. De magnesium uit kalk komt langzamer vrij dan de magnesium uit kieseriet. Magnesium uit MAGKAL® is een voorraadbemesting. Uit het rapport blijkt overduidelijk dat grasland op alle grondsoorten doorlopend magnesiumbemesting nodig heeft. INVLOED VAN BEMESTING MET KESERIET (MAGNESIUM) EN KALIZOUT OP HET MAGNESIUMGEHALTE VAN WEIDEGRAS SAMENVATTING EN CONCLUSIES  Van 1962 tot 1964 werd met behulp van meerjarige proeven, uitgevoerd door de Rijkslandbouwvoorlichtingsdienst, op zand, veen en klei een onderzoek ingesteld naar de invloed van een bemesting met magnesium (kieseriet) en kali (K40), beide bij toediening in het voorjaar, op het magnesiumgehalte van weidegras in het voor- en najaar. Het onderzoek omvatte per grondsoort ongeveer 20 proeven. De proeven werden aangelegd bij uiteenlopende K- en Mg-toestanden van de grond. Vergeleken werden geen en wel magnesium (bij eenmalige en jaarlijkse toekenning naar 100 kg MgO per ha.), zowel bij geen als wel kali (jaarlijks 100 kg K2O per ha.). Gewas- en grondmonsters werden elk jaar in het voor- en najaar per object genomen. Aan de hand van minerale samenstelling van het gras (K, Mg en re) is een verwachting uitgesproken over het Mg-gehalte in het bloedserum van dieren bij beweiding. Het in de bijlagen vermelde materiaal biedt de mogelijkheid invloeden van bodemfaktoren en van het weer op de minerale samenstelling van het gras in verdere studie na te gaan. CONCLUSIES 1. De verschillen in MgO gehalten van het gras van het onbemeste object tussen de grondsoorten zijn betrekkelijk klein, ondanks zeer grote verschillen in magnesiumgehalten van de grond (veen, klei, zand). 2. Lage MgO gehalten in het gras in 1962 hangen vermoedelijk samen met ongunstige weersomstandigheden in dat jaar (koud, nat voorjaar). 3. Het directe effect van een bemesting met kieseriet op het MgO gehalte in het voorjaarsgras loopt van jaar tot jaar uiteen. De verhoging bedraagt bij 100 kg MgO per ha op zand ongeveer 0,06 - 0,09, op veen 0,07 - 0,08 en op klei 0,04 - 0,05 MgO in de droge stof. Magnesiumbemesting in het voorjaar verhoogt het MgO gehalte in het najaarsgras op zand met 0,03% en op veen en klei met 0,02%. Het directe effect en de nawerking in volgende jaren is het grootst op zand en het kleinst op klei. Veen neemt een tussenpositie in en gedraagt zich kort na de bemesting meer als zand, later meer als klei. 4. Kalibemesting in het voorjaar verlaagt het MgO gehalte van het voorjaarsgras op zand sterker dan op klei. De verlaging bedraagt bij 0,35 - 0,40% MgO op zand 0,06, op veen 0,05 en op klei 0,03% en is sterker naarmate het magnesiumgehalte van het gras hoger is. Kali in het voorjaar werkt op najaarsgras minder nadelig dan op voorjaarsgras (daling op alle grondsoorten 0,02% bij 0,35 - 0,40% MgO). Kali lijkt minder antagonistisch te werken op meststofmagnesium dan op bodemmagnesium. 5. Het effect van magnesiumbemesting op het MgO gehalte in het gras is met kali bijna even goed als zonder kali. 6. Bij zware kalibemesting (jaarlijks 100 kg K2O) is het onverantwoord in het voorjaar preventieve maatregelen tegen kopziekte achterwege te laten, zelfs in de jaren waarin de Mg voorziening van het gras relatief gunstig is. Toepassing van 100 kg MgO per ha eens in de drie jaar is niet voldoende om bij dergelijke kalibemesting normale Mg gehalten in het bloedserum te mogen verwachten. Bij geregelde bemesting met 100 kg MgO bij zware K-bemesting kunnen nog subnormale gehalten in het bloed voorkomen, de kans op lage gehalten wordt daardoor echter belangrijk gedrukt. Een dergelijke magnesiumbemesting bij geen kalibemesting is meer dan voldoende. Bij weglating van kalibemesting kan zonder toediening van magnesium in ongunstige jaren toch kopziekte optreden. Bij beweiding in het najaar was het Mg gehalte in het bloed in alle gevallen boven normaal of bijna normaal. Het najaarsgras leverde weinig gevaar voor optreden van kopziekte als niet opnieuw met kali wordt bemest. Er kan worden gesteld dat een magnesiumbemesting, die voldoende is voor het voorkomen van kopziekte bij voorjaarsbeweiding, dat ook is voor de najaarsbeweiding mits tussentijds geen kali wordt gegeven.  MAGNESIUM OP BOUWLAND Vooral op zandgrond, dalgrond en lössgrond waar de MgO gehalten vaak laag zijn moet regelmatig met magnesium worden bemest. Bij een magnesiumtoestand van 75 mg per kg grond moet elk jaar ongeveer 70 kg MgO per ha worden gegeven. Hakvruchten vragen meer magnesium dan granen. Een tekort aan magnesium geeft opbrengstderving ook als nog geen gebreksverschijnselen te zien zijn. Klei- en zavelgrond hebben van nature een grotere reserve magnesium. Die magnesium is echter niet altijd even goed beschikbaar voor de planten. Magnesiumgebrek op klei- en zavelgrond wordt meestal bestreden door bespuiting met bitterzout. Om magnesiumgebrek op klei tegen te gaan zijn vrij hoge giften magnesium nodig. Omdat magnesium uit MAGKAL® bijna niets kost is deze kalksoort om deze reden aantrekkelijk voor de klei-akkerbouw. 3000 kg MAGKAL® bevat 510 kg magnesium (MgO). Als in het najaar wordt gestrooid komt daarvan voor het volgende gewas 250 kg beschikbaar voor de bieten. En dat is voldoende. WAAR HANGT DE KEUZE VANAF ? Het gewas, bijvoorbeeld aardappelen krijgen vaak patentkali om chloor te vermijden. Het bedrijf, gras en mais krijgen vaak drijfmest. De streek, bijvoorbeeld de de Achterhoek gebruikt traditioneel Winterswijkse kleidolomiet. Het aanbod, bijvoorbeeld Dolokal Supra wordt zelden aangeboden. De prijs, bijvoorbeeld MAGKAL® is goedkoop. De verwerkbaarheid, bijvoorbeeld stuivende kalk vraagt duur speciaal transport en dure strooiers. Kennis van zaken, kennis van de werking van MAGKAL® maakt gebruik van dure magnesiumhoudende stoffen overbodig.                                Agrikal Hoevensestraat 4,  6595 ME  Ottersum, tel.: 06-51269109 of tel./fax: 0485-512058 Webmaster: Elly Gesthuizen 25 jaar regio distributeur De niet stuivende kalkmeststoffen Magkal Vitakal zijn kampioenen met strooien!!